terug naar menu.
Brand bij Shell
Op de dag van de ontploffing en de brand bij Shell hielden we (de Industriebonden in Rotterdam) een ledenvergadering waarin de resultaten van de CAO-onderhandelingen bij Shell aan de leden werden voorgelegd. Over veiligheid hadden de bonden een aantal eisen gesteld. Onder andere om een onderzoek in te stellen naar de ziekteverwekkende eigenschappen van stoffen waarmee gewerkt werd, openheid over de uitkomst van het onderzoek en het instellen van een veiligheidscommissie. De pers was, tegen de achtergrond van de ontploffing, nieuwsgierig wat er van die eisen terecht was gekomen. Nog tijdens de vergadering belden ze op. Shell had onze veiligheidseisen afgewezen en de pers schreef:'Piet Scheele, districtsbestuurder van de Industriebond NVV, bevestigde dat Shell niet op de eisen voor veiligheid was ingegaan'.
De directie van Shell-Pernis was woedend. In Onder de Vlam, het personeelsblad van Shell-Pernis, beschuldigde ze 'de heer Scheele van manipulatie van de openbare mening' en betichtte de onderhandelaar van de Industriebond NVV van een onjuiste voorstelling van zaken. Volgens de directie wekte hij de indruk, dat de ramp het gevolg was van de weigering om aan veiligheidseisen te voldoen. 'Wij ervaren dit als een manipulatie van de openbare mening', schreef Shell. Ik vroeg aan Shell om in Onder de Vlam op de beschuldiging te mogen reageren. Meijers, directeur personeelszaken Shell-Pernis, weigerde kortaf.
Shell wilde zelfs, dat de ondernemingsraden in Pernis en Moerdijk in een verklaring, 'de handelswijze van de heer Scheele aan de kaak stelden'. De or van Pernis voelde daar niets voor. Een deel van de ondernemingsraad in Moerdijk bekritiseerde de manier waarop 'Scheele de brand heeft aangegrepen om iets binnen de CAO-onderhandelingen te bereiken'. Shell zette die verklaring opnieuw in Onder de Vlam en op de interne telefonische nieuwsdienst. Dat ging me te ver. In een circulaire aan het Shell-personeel beschuldigde ik op mijn beurt 'de directie van het manipuleren van het eigen personeel'. De pers nam het over. Het lokte een nieuwe reactie van Shell uit. Niet in Onder de Vlam, maar in een advertentieblad dat in de Botlek huis-aan-huis werd verspreid.
Bij de CAO-onderhandelingen, die wat later werden gehouden spuide ik nogmaals fel zijn ongenoegen over het Shell-artikel. Shell bond nu in. Directeur Meijers was bereid voor een gesprek onder vier ogen. Daarin zei Meijers zich de boosheid wel te kunnen voorstellen, maar hij bleef bij het standpunt dat 'een Shell-journalist die in zijn vrije tijd stukjes schrijft niet door de directie op de vingers kan worden getikt'. Een ongeloofwaardige verklaring. Bij Shell kon geen Shell-journalist iets schrijven zonder toestemming van de directie. Met het besef, dat Shell uiterst gevoelig was voor publiciteit kon ik mijn voordeel doen. Om de commotie te sussen die onder het personeel was ontstaan stelde Shell toch een veiligheidscommissie in, maar hield die intern zonder de Industriebond er in te betrekken. Shell benoemde zelf de leden, daarnaast mocht de or een paar commissieleden benoemen. We boekten resultaat, maar met de constructie hield Shell wel de bonden buiten de deur.
De brand bij Shell-Pernis leidde tot een versnelling van de ontwikkeling in de brandwondenzorg. In 1974 dongen twee Rotterdamse ziekenhuizen naar de aanwijzing als brandwondencentrum voor Zuid-West-Nederland: het Zuiderziekenhuis (nu Maasstad Ziekenhuis) en het St. Franciscus Gasthuis. Het Zuiderziekenhuis had een voorsprong. TNO had lanimar flow units ontwikkeld waarin, om het genezingsproces bij brandwonden te bevorderen, de lucht
bacterievrij en de temperatuur en vochtigheid constant kon worden gehouden. In het Zuiderziekenhuis waren al twee dure lanimar units geplaatst, die in januari
1975 officieel in gebruik zouden worden genomen. Om de gewonden van de Shell-brand te kunnen opvangen kwamen deze units drie maanden eerder in gebruik. De brand bij Shell versnelde de aanwijzen van het brandwondencentrum. Het Zuiderziekenhuis, dat een voorsprong had werd aangewezen en zou volgens de directeur medische zaken drs. E.J.V. de Baat, niet gehinderd door valse bescheidenheid, uitgroeien tot het modernste met high-technische installaties uitgeruste brandwondencentrum in West-Europa.
Piet Scheele.
Of ga naar:
Na een ontploffing brak er in de isopreen-rubberfabriek van Shell-Pernis, op 14 oktober 1974, een felle brand uit. Twaalf werknemers werden gewond, waarvan vijf ernstig. Het was niet de eerste ontploffing. Op 20 juni 1974 was er een ontploffing in de naftakraker bij Shell-Pernis, waarbij 6 mensen werden gewond. In dat jaar deden er zich meer ongevallen in de chemische industrie voor: op 25 januari bij Esso, op 16 juli bij Oxirane en op 6 september opnieuw bij Esso.
In het huis-aan-huis advertentieblad De Botlek (toen een uitgave van het Sijthoff-concern) stond op 31 oktober 1974 een ingezonden brief onder de kop "SHELL ONTMASKERT NVV-MAN SCHEELE". Ene WG schreef, 'het is bekend dat het optreden van mijnheer Scheele door sommige leden van het NVV als weinig fris is ervaren'. Het was een letterlijke weergave van het artikel, dat eerder in Onder de Vlam was gepubliceerd. Jack Kroes, journalist van het bondsblad van de Industriebond NVV, zocht uit wie die WG was. Het bleek de redacteur, W. van de Graaf, van Onder de Vlam zelf te zijn. De Industriebond NVV protesteerde bij De Botlek en bij de directie van Shell. Achteraf vond ook de redactie van De Botlek het artikel te ver gaan. Ze kon 'zich in de gevoelens en de gedachtegang van bondsbestuurders verplaatsen'. Ze 'betreurde de geciteerde regels in het gewraakte artikel'. De Koninklijke Shell-Nederland stelde zich wat minder 'royaal' op. Shell kon 'niet verantwoordelijk worden gesteld voor Shell-journalisten die in hun vrije tijd anti-NVV stukjes in huis-aan-huisbladen schrijven', schreef de directie aan de Industriebond. mailto: pscheele@chello.nl
Fusie
Oliecrisis
Staking bij ICI
Staking bij Shell
Cyanamid en gezondheid
5-ploegendienst
Aardgaswinsten
Johan Stekelenburg
Link