terug naar menu.
WERKGELEGENHEID.
Misschien wisten de werkgevers dat binnen de FNV een interne discussie werd gevoerd om voor het versterken van de werkgelegenheid de loonkosten te matigen. In de beleidsadviesraad van de FNV werd de z.g. nota-Drabbe, over invloed van de prijscompensatie op de loonkosten, op de agenda gezet. Om de discussie onder druk te zetten gaf Frans Drabbe, loondeskundige van de FNV, op de avond voorafgaande aan die vergadering, een interview in een tv-programma van Den Haag Vandaag. Hij deed uitspraken over de negatieve invloed van de prijscompensatie op de economie, zonder dat de aangesloten FNV-bonden er van wisten. De voorzitters van de aangesloten bonden vielen over hem heen. Ook de cao-onderhandelaars van de Industriebond NVV/NKV (die later fuseerden tot Industriebond FNV) waren boos.
Het bondsbestuur van de Industriebond NVV was bezorgd over de ontwikkeling van de werkgelegenheid. In sommige industriële bedrijven hadden de werknemers te lijden onder groeiende werkloosheid. Er waren bedrijfssluitingen in de textiel, in de schoen- en lederindustrie, er waren problemen in de scheepsbouw, in de metaal, in de papierindustrie en andere bedrijfstakken. In december 1976 kwam de Industriebond NVV met een discussienota Vijf jaar voor kwaliteit. Daarin werd een eenzijdige verlaging van de loonkosten afgewezen, maar was er bereidheid om loonruimte beschikbaar te stellen voor bestrijding van de werkloosheid. De nota moest inzet worden van de cao-onderhandelingen in 1977 van de Industriebond. De discussienota werd ingehaald door de ontwikkelingen.
De regering-Den Uyl, vreesde een loonconflict en kondigde een loonwet af met een gematigd loonbeleid. In de eerste zes maanden van 1976 mocht er geen prijscompensatie worden betaald. Pas na zes maanden werd een toeslag van 30 gulden per maand toegestaan. De sociale premies werden per 1 juli 1976 met 1,2% verlaagd. De regering-Den Uyl zei toe, dat de onderhandelingsvrijheid in 1977 zou worden hersteld.
In 1977 eisten de vakbonden in het centraal overleg met de werkgevers; herstel van de automatische prijscompensatie, een loonsverhoging van 2% (bij een te verwachten productiviteitsstijging van 4,5%), het verwerken van de 30 gulden toeslag in de lonen en het omzetten van winst in meer werk. Het overleg liep snel vast. De werkgevers wezen; een herstel van de prijscompensatie, afspraken over werkgelegenheid en investeringscontrole, af. De FNV ging de strijd aan onder het motto 'DE FNV GAAT NIET OPZIJ'. Ze stelde een actieplan op en vroeg aan de aangesloten bonden om in alle bedrijfstakken geselecteerde stakingen voor te bereiden.
In de scheepsbouw en de metaal was de actiebereidheid niet groot. Die bedrijven hadden met grote moeilijkheden te kampen. In de chemische- en olie-industrie in Botlek/Europoort keken de Industriebonden NVV/NKV of er voldoende actiebereidheid was. De petrochemische industrie had na de tweede wereldoorlog een grote bloei gekend en er ontbrak een stakingstraditie. Maar de actiebereidheid bij ICI Holland en Cyanamid in de Botlek was groot. De werknemers wilden herstel van de prijscompensatie en de procesoperators vooral de invoering van een 5-ploegendienst. De procesoperators in ploegendienst waren de mensen die ook de kennis hadden om de productieprocessen stil te leggen.
VOORHOEDEGEVECHT
Door de ingreep van de regering in de loonvorming was het niet goed mogelijk om cao-besprekingen te houden. Om een cao-loos tijdperk in 1976 in Nederland te voorkomen stelden de vakbonden aan de werkgevers voor om de cao's met 6 maanden te verlengen. Die verlenging wilden de werkgevers in de chemie- en olie-industrie in Europoort/Botlek, waar de cao’s 3 maanden later afliepen, ook maar dan zonder de bestaande indexeringsclausule. De werkgevers trachtten die bij voorbaat af te schaffen. Daar trapten we niet in. Via pamfletten en muurkranten waarschuwden we de werknemer voor de nadelige werkgeverseisen. Het gaf onrust in de bedrijven. De werkgevers schrokken en bonden in. De clausule over de prijscompensatie werd in de verlengde cao's gehandhaafd. De eerste schermutselingen hadden we gewonnen en de actiebereidheid nam toe.
CAO-ONDERHANDELINGEN 1977.
Het centrale overleg, over de arbeidsvoorwaarden voor 1977, mislukte. Bij het bedrijfsoverleg in de metaal, de haven en de bouw, wezen de werkgevers de vakbondseisen eveneens af. Verder landelijk overleg zat er niet in en het was te verwachten dat er begin februari 1977 gestaakt zou worden. De FNV zette een gecoördineerd landelijk actieplan op. In Rotterdam verwachtten we, dat de werkgevers in de petrochemie in Botlek/Europoort niet anders zouden reageren. Uit een ‘geheime' VNO-brief bleek dat in de werkgevercommissies, die het werkgeversbeleid bij de cao-onderhandelingen coördineerden, veel Shell-directeuren zaten.
Stakingen in de chemie moesten gelijktijdig met stakingen elders in het land beginnen. Het vergrootte de solidariteit en stimuleerde de actiebereidheid. Buiten de chemie ging het veelal om cao's die per 1 januari afliepen. Om stakingen gelijktijdig met landelijke stakingen te kunnen beginnen moesten de cao-onderhandelingen in de petrochemie in de Botlek/Europoort in de laatste week van januari 1977 vastgelopen zijn. In de chemie en bij de oliemaatschappijen ging het vooral om 1 april-contracten. Pas als onze eisen waren afwezen kon in ledenvergaderingen een ultimatum worden gesteld. Wij hadden haast.
Shell kon, bij de eerste cao-bespreking op 24 januari 1977, die bepalend was voor de andere onderhandelingen in de chemie in Rotterdam, moeilijk ruimte voor overleg laten terwijl ze vasthoudendheid verlangde van andere werkgevers. De onderhandelingen liepen vast. Het was wat we wilden, maar het gaf een probleem. We waren er van overtuigd dat de leden het Shell-voorstel zouden afwijzen, maar ook bevreesd dat de opkomst laag zou zijn en geen meerderheid van 75%, statutair vereist om een ultimatum te stellen. Dat zou werknemers bij andere bedrijven kunnen demotiveren. Het probleem losten we op door eerst een raadplegende kadervergadering te houden. De kadervergadering wees het besprekingsresultaat van de hand. De leden werden via circulaires en muurkranten op de hoogte gebracht.
Ook ICI Holland in Rozenburg wees onze eisen af. Daar hadden we geen twijfel over de actiebereidheid. Voor de bespreking had de bedrijfsledengroep de leden opgeroepen 'laat uw tanden zien'. Met 96% verwierpen de leden het besprekingsresultaten en werd een ultimatum gesteld. Op 1 februari 1977 overhandigde ik het ultimatum aan ir. F. Rots, de algemeen directeur van ICI. De directie kreeg tot 7 februari de tijd om te reageren. ICI overlegde met de andere werkgevers in de chemie in een poging stakingen te voorkomen. Zonder resultaat. Twee dagen later liepen de onderhandelingen ook bij Cyanamid op niets uit. De leden verwierpen het resultaat en stelden ook daar een ultimatum.
STAKING BIJ ICI.
Vooraf aan de staking overlegde ICI met plantmanagers, wachtchefs en andere leidinggevenden hoe de productie kon worden voortgezet. In de vroege ochtend, op dinsdag 8 februari 1977 de dag dat het ultimatum afliep, trommelde de directie alle leidinggevenden op. Ze waren onzeker, verkeerden in spanning tot ik de directie om 15.00 uur belde dat de staking begon. Het tijdstip, 15.00 uur, was bij het wisselen van de wacht. In de ochtend- en middagploeg, die de productie zouden stoppen, zaten veel actieve leden. Het was een moeilijke en gecompliceerde taak om zeven fabrieken stil te leggen. Het stakingscomité, van kaderleden en districtsbestuur, riep de werknemers op de productie af te bouwen, de installaties te stoppen en het werk neer te leggen. Ieder, die bij het stoppen van de productie niet nodig was, werd gevraagd naar de hoofdpoort te komen.
Op het terrein, dat in normale omstandigheden een verlaten indruk maakt, leek het nog stiller. Er kwam meer informatie toen de dagdienst en een deel van de ochtendploeg naar buiten kwam. Sommige leidinggevenden probeerden 'hun' fabriek draaiende te houden. Chefs dreigden stakers met ontslag als ze de productie zouden stoppen. Als operators de stopprocedure begonnen probeerden chefs dat te voorkomen. Operators werden gedwongen, omdat ze een gevaarlijke situaties wilden voorkomen, tegen hun zin weer mee op te starten. In de Polytheen ging het stoppen en weer starten als een jojo op en neer. Tenslotte werden operators het beu en verlieten de fabriek. Door gebrek aan operators werden chefs gedwongen om mensen in te zetten die niet over de nodige ervaring en deskundigheid beschikten. Het was een chaotische toestand.
Blijkbaar had de directie van ICI ongeregeldheden bij de hoofdpoort verwacht. Een dag voor de staking werden de ruiten van de portiersloge met perspexglas, een mooi doorzichtig stootvast ICI-produkt, versterkt. De portiers sloten in opdracht van de directie de hoofdpoort. Alleen een smal personenpoortje bleef open. In een poging om de mensen bij de poort weg te krijgen vroegen de portiers om in de gereedstaande ICI-bedrijfsbussen, waar normaal de ochtendploeg mee naar huis werd vervoerd, te stappen. Daar gingen de mensen niet op in. Tegen 23.00 uur verliet een groot deel van de middagploeg het terrein en voegde zich bij de nachtdienst die buiten de poort bleef. Er stond nu een kordon van posters voor de poort. Door gebrek aan personeel werden de problemen in een aantal fabrieken groter.
De directie verzamelde een tachtigtal 'werkwilligen', die met bedrijfsbussen normaal tot de poort werden vervoerd, nu rechtstreeks in de kantine van het hoofdkantoor. Daar werd op hen ingepraat. Het ging vooral om ongeorganiseerde werknemers uit de nachtploeg, bazen, personeel van aannemers en ingeleend personeel. Even voor middernacht kwamen ze onder aanvoering van onderdirecteur Monster, als een veldheer voor zijn troepen, in colonne naar de poort. Ze maakten, op directeur Monster na, een weinig gemotiveerde indruk. De posters stonden massaal voor de gesloten poort en slechts een enkeling lukte het om via het personenpoortje naar binnen te komen. Monster liet zich niet ontmoedigen. Hij gaf opdracht om met een zware draadschaar een gat in de omheining te knippen. Het lukte niet. Met stijgende verbazing keken de stakers de capriolen van Monster aan. Ze werden boos. De directie, die vanuit de directiekamer op de vijfde verdieping een goed zicht op de schermutselingen bij de poort had, vond het beter om Monster met zijn troepen terug te trekken.
De arbeidsinspectie, die o.a door de bonden van de staking op de hoogte was gebracht, stuurde inspecteur Hummelen naar het bedrijf. Hij constateerde een onveilige situatie en wilde dat stakers bij de afbouw hielpen. Daartoe was het actiecomité bereid, maar de directie wilde geen afspraken over de afbouw maken. Een uur later belde de arbeidsinspectie, dat de directie nu bereid was om samen met het actiecomité de verdere afbouw te regelen. De onderhandelaars van de Industriebond NVV/NKV zaten met een delegatie van het actiecomité en in aanwezigheid van de arbeidsinspectie, om 03.50 met de directie te onderhandelen over de afbouw van de productie.
ICI wilde een vrije doorgang voor de ongeveer tachtig mensen uit de kantine. Dat waren de mensen die de posters buiten de poort hadden weten te houden. Daar voelden we niet voor. De leden van het actiecomité vertrouwden het niet en wilden mee bepalen wie aan de verdere afbouw mee zou werken. Zelfs de 'persoonlijke garantie' van directeur Rots ‘dat de productie niet zou worden opgestart’ gaf hun onvoldoende vertrouwen. We wilden de toezegging dat de productie gestopt bleef zolang de staking duurde, dat de poorten gesloten bleven en het actiecomité controle op de afbouw had. Het overleg vlotte niet.
Directeur Rots was nerveus en zei met dramatiek in zijn stem, dat hij 'geen macht en geen gezag meer over het bedrijf had'. Hij wilde de arbeidsinspectie ermee verleiden om een bevel (parate executie) te geven voor het stil leggen van de productie. Zover wilde de arbeidsinspectie niet gaan. Hummelen zette ons onder druk: 'Hou er rekening mee dat ik het bevel tot stopzetting kan geven', zei hij. Het was niet onze grootste zorg, dat was tenslotte wat we wilden. De veiligheid baarde ons zorgen. Vanuit de directiekamer op de vijfde verdieping waar we onderhandelden, hadden ze een schitterend nachtelijk gezicht op het verlichte Rozenburg. Het was beangstigend, dat een ontploffing of het ontsnappen van een gifwolk het bedrijf maar ook Rozenburg en omgeving zou
LANDELIJKE ONDERHANDELINGEN
Tijdens de eerste week van de stakingen bij ICI en Cyanamid, voerde Van Veen, voorzitter van het VNO, op 9 februari 1977 een open gesprek met Wim Kok, voorzitter van de FNV. Op dezelfde dag stond in het dagblad Trouw een interview met Jan Lanser, voorzitter van het CNV, waarin hij liet weten, dat hij de volledige prijscompensatie voor 1977 wilde laten schieten. Het leek de stakers ‘een dolk in de rug’. En zelfs de leden en kaderleden van de Industriebond CNV voelden het als verraad. Ze waren boos. Van Veen zei, in het gesprek met Wim Kok, bereid te zijn akkoord te gaan met een voortzetting van het systeem van prijscompensatie voor 1977 en om uiteindelijk aan zijn achterban voor te leggen dat ‘voor de volgende jaren een studie over de prijscompensatie zou worden gehouden’, Kok liet er geen misverstand over bestaan dat, hoe die raadpleging ook uitpakte, de stakingen doorgingen. Er moest meer worden geregeld dan alleen de prijscompensatie. Ons ging het bij ICI en Cyanamid ook om een 5-ploegendienst. De werkgevers floten Van Veen terug. Vooral de grote jongens (o.a. Shell) lagen dwars. Het open gesprek werd op 11 februari 1977 voortgezet. In het tweedaagse gesprek kwam een voor de centrale onderhandelaars van de bonden een aanvaardbare toezegging over het behoud van de prijscompensatie voor 1977: voor 1978 en volgende jaren zou een studie worden gehouden als basis voor verder overleg over de prijscompensatie. Ditmaal gingen de dwarsliggende werkgevers akkoord. In de Stichting van de Arbeid zou 'met voortvarendheid gestudeerd worden' over, het omzetten van winst in werk en een garantieregeling voor werkgelegenheid. ‘Aanbevolen’ werd, aan de partijen bij de cao-onderhandelingen in de bedrijven en bedrijfstakken, om afspraken te maken over werkgelegenheid en investeringen. Geen ‘aanbeveling’ om de cao-onderhandelaars bij de bedrijven en bedrijfstakken houvast te geven.
De centrale onderhandelaars werden het niet eens over de hoogte van loonsverhoging. Ook niet toen minister Boersma een handje hielp door de sociale premies met 0,5% te verlagen.. De werkgevers wilden ‘in uitzonderingsgevallen' maximaal 1% loonstijging. De FNV wilde een loonsverhoging van maximaal 2%. Het verschil, dat het Haags Akkoord in de weg stond, werd doorgeschoven naar de cao-onderhandelingen in de bedrijven en bedrijfstakken. Het moest daar maar worden uitgevochten. De werkgevers eisten dat de stakingen werden beëindigd voor er bij de bedrijven cao-onderhandelingen konden worden gehouden. Dat wees de FNV af. Het Haags Akkoord was geboren, maar de stakingen gingen door. Het Haags Akkoord was voor de Industriebonden NVV en NKV in Rotterdam zeker geen reden om de stakingen bij ICI en bij Cyanamid te beëindigen. Eerst dienden de directies van de bedrijven het Haags Akkoord te onderschrijven en er moest overeenstemming bereikt worden over de loonsverhoging en de 5-ploegendienst.
VOORTZETTING VAN DE STAKINGEN
Na de spannende gebeurtenissen werd het bij de poort van ICI rustig. De meeste journalisten waren verdwenen. Er kwamen geen burgers meer langs met brood en soep. Ook de leerlingen van de Rotterdamse Kunstacademie, die krijttekeningen maakten, waren weg. Het actiecomité controleerde de stilgelegde fabrieken. Algemeen directeur Rots had het moeilijk met de beschuldigingen, dat door het tegenwerken bij de afbouw van de productie de mensen in het bedrijf en in de omgeving blootgesteld waren aan gevaar. Hij verdedigde zich in het Rotterdams Nieuwsblad en het Algemeen Dagblad: 'Hij had het netjes gedaan'. Hij zou om 24.00 uur de definitieve opdracht hebben gegeven voor de afbouw van de processen. Het bevestigde wel dat ICI tot 24.00 uur geprobeerd had om de afbouw te belemmeren. Door gebrek aan personeel kon afbouw pas veel later worden uitgevoerd.
De dagelijkse registratie in het actiecentrum was voor de stakers een welkome afwisseling tegen de verveling. Grappen deden het goed. 'Frank Rots (die zijn kantoor op de vijfde verdieping had) gaat met de lift maar tot de 4e, om niet aan een 5-ploegendienst herinnerd te worden', was een nette. Tegen de kou en de verveling werd aan de poort gehockeyd. Het was voor veel kranten een curiositeit. De stakingen hadden een breed draagvlak en de steun van het publiek. In de gezinnen van de stakers veroorzaakte ICI spanningen door brieven aan de huisadressen te zenden om ook hun gezin onder druk te zetten. Leden van het actiecomité en districtsbestuurders werden thuis telefonisch anoniem bedreigd. Er waren stakers die zich na het tot stand komen van het Haags Akkoord afvroegen of doorstaken nog wel nodig was. Het gevoel er al te zijn en de duur van de staking gingen wegen. Het bedreigde de stakingen en onze onderhandelingspositie. Van Veen en het VNO waren door de knieën, maar dat gold niet voor de directies van ICI en Cyanamid. De stakingen moesten doorgaan.
Tegelijkertijd groeide de actiebereidheid onder personeel bij bedrijven die niet in staking waren. Bij Shell moesten we nog ledenvergaderingen houden over het besprekingsresultaat. Het bleef belangrijk dat het besprekingsresultaat werd afgewezen. Het zou onze onderhandelingspositie bij ICI en Cyanamid verstevigen. Het bezoek aan de ledenvergadering bij Shell was nu groot en de sfeer strijdbaar. Unaniem werd het besprekingsresultaat bij Shell verworpen en met een meerderheid van ruim 90% werd door de ledenvergadering een ultimatum gesteld. Er werd een actiecomité gevormd om voorbereidingen te treffen ook bij Shell-Pernis een staking te beginnen.
De or-fracties van de Industriebonden NVV, NKV en CNV bij Shell schortten onmiddellijk de werkzaamheden op. Shell-directeur Meinsma reageerde verongelijkt. Hij klaagde, dat er toch een Haags Akkoord lag en dat Shell bereid was om het cao-overleg te heropenen. Steun kreeg hij van or-lid Ockeloen, voorzitter van de VHSP (Vereniging Hoger Shell Personeel). De VHSP had, 'niet de minste behoefte om het overleg in de or op te schorten'. Ik reikte op 15 februari 1977 aan E.J. Schwartz, de nieuwe directeur sociale zaken bij Shell-Pernis, het ultimatum uit. Schwartz wilde de onderhandelingen hervatten als we het ultimatum introkken. Dat vonden we geen goed idee. We wilden, na het Haags Akkoord, de onderhandelingen bij ICI en Cyanamid beginnen en niet bij Shell. Het ultimatum bij Shell versterkte ook onze onderhandelingspositie bij ICI en Cyanamid. Tot een staking bij Shell kwam het echter niet.
NIEUWE CAO-BESPREKINGEN
Het bondsbestuur van Industriebond NVV/NKV zond op 15 februari 1977 een brief aan alle werkgevers in het land. Ze wilde op basis van de aanbevelingen in het Haagse Protocol de onderhandelingen heropenen. In de brief eiste ze, een loonsverhoging van 2% en een 'verbetering van de werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve zin'. Die laatste zin was voor ons in Rotterdam voldoende om duidelijk te maken dat dit ook op een 5-ploegendienst sloeg.
ICI wilde eerst 'vooroverleg'. ICI zei ‘zich constructief te zullen opstellen', als we bereid waren om de staking te beëindigen. De werkgevers in de chemie in de Rijnmond, hadden de afspraak gemaakt om niet verder te gaan dan 1,6% loonsverhoging en geen toezeggingen over een 5-ploegendienst.
In het land had Het Haags Akkoord al tot het beëindigen van stakingen geleid. Bij sommigen bedrijven al nadat in het Centraal Akkoord het behoud van de prijscompensatie voor 1977 was geregeld. Als we bij ICI en Cyanamid geen overeenstemming zouden bereiken, dan kwamen de stakingen in een geïsoleerde positie. Bovendien gingen de stakers bij ICI zich zorgen maken over promotiekansen, de lage hypotheek of renteloze lening die ze via het bedrijf hadden afgesloten, enz. De financiële offers gingen meewegen: de stakingsuitkering (voor alle volwassen stakers hetzelfde bedrag) was een stuk lager dan het normale inkomen. Het was voor ons tijd om het hoogst bereikbare resultaat binnen te halen. Het ging om de hoogte van de loonsverhoging en resultaat voor de volcontinudienst.
De cao-besprekingen na het opschorten van de staking verliepen toch moeizaam. Pas op 1 en 3 maart 1977 kwam er schot in. Rots wilde niet openlijk het werkgeversfront doorbreken. Hij moest wel ver genoeg gaan om een einde aan de (opgeschorte) staking te maken. Hij kwam via en 'rekenkundige' omweg aan de eis van 2% tegemoet. De onderkant van de loonschalen werd met 1,6% verhoogd en de periodieke verhogingen met 0.2% opgerekt. De werkelijke loonsverhoging lag gemiddeld boven de 2%. Om aan de eis voor een gefaseerde invoering van een 5-ploegendienst te voldoen deed Rots een wat ingewikkeld voorstel. Hij garandeerde de werknemers in de volcontinudienst 47 vrije weekenddagen per jaar. Nagenoeg evenveel als bij een 5-ploegendienst. Daarmee werd bij ICI een eerste resultaat bereikt op weg naar een 5-ploegendienst. Met 184 stemmen voor en 1 stem tegen gingen De leden met het besprekingsresultaat akkoord. Een paar dagen later bereikten we bij Cyanamid een vergelijkbaar resultaat.
De stakers bij ICI en bij Cyanamid hadden een belangrijke bijdrage geleverd aan het landelijke gevecht om de prijscompensatie en een stap gezet op weg naar een 5-ploegendienst. Landelijk schrokken de werkgevers van de stakingen in de zware chemie. Ze hadden er geen rekening mee gehouden. Het droeg bij aan de werkgeversbereidheid om concessies te doen. Een staking veroorzaakt in de kapitaalintensieve petrochemie in korte tijd hoge kosten en kapitaallasten. Daar zijn werkgevers gevoelig voor. De directie van ICI hield aan de staking een traumatische ervaring over. Het bleek uit de kleur van de kaft van het nieuwe cao-boekje: in plaats van in de gebruikelijke oranje/gele ICI-kleuren was het in zwart uitgevoerd.
Piet Scheele.
Staking bij ICI
1977 was voor de FNV (Federatie Nederlandse Vakbewegingen), opvolger van het NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen) en NKV (Nederlandse Katholiek Verbond van Vakverenigingen) een turbulent jaar. Het VNO (Vereniging van Nederlandse Ondernemingen) haar 'tegenpool' wilde, dat de werknemers flink zouden matigen. Ze eiste dat de arbeidskostenstijging vier jaar lang met 1 á 2% achter zou blijven bij de landelijke productiviteitsstijging. E vooral, de automatische prijscompensatie moest verdwijnen. "HET VNO WIL OORLOG" kopte op 5 januari 1977 WIK, het bondsblad van de Industriebond NVV. Uit een geheime brief van het VNO bleek, dat het VNO de werkgevers vroeg om in het dreigende conflict 'de poot stijf te houden'.
Maar niet bij Shell. Bij de ledenvergaderingen op 29 en 30 november 1976 kwamen in Pernis slechts 29 leden opdagen en in Moerdijk 9 leden. We moesten Shell-Pernis en -Moerdijk van de lijst afvoeren.
De directie van ICI wilde werkwilligen aan het werk houden. Het bleek uit de persoonlijke brief die ICI aan de werknemers stuurde. We concludeerden er uit, dat de directie zich tegen afbouw van de productie zou verzetten. Het zou het stilleggen bemoeilijken en onveiliger maken. Er kan veel mis gaan bij het stoppen van de productie bij een bedrijf waar met ontplofbare, brandbare en giftige stoffen wordt gewerkt. We wilden gevaarlijke situaties voorkomen door de productie als bij een onderhoudsstop (shut-down) stil te leggen. De operators waren ermee vertrouwd en deskundig om het te kunnen uitvoeren. Het stil leggen zou, afhankelijk van het productieproces, twee dagen kunnen duren. Een noodstop was sneller maar onveiliger en kon schade aan de installatie veroorzaken. Het CNV steunde de stakingen niet.
Aanvankelijk stonden er weinig mensen bij de hoofdpoort. Veel stakers waren binnen de fabrieken en hadden hun handen vol met de afbouw. Naar mate er meer mensen de fabrieken verlieten en er werknemers naar het bedrijf kwamen, werd de groep bij de hoofdpoort groter. De poort was open, maar de posters hielden vrachtauto's tegen die het terrein op wilden. Ruud van Mens, voorzitter van de bedrijfsledengroep van de Industriebond NVV, gevolgd door anderen, ging koelbloedig voor een vrachtauto zitten toen een agressieve chauffeur toch door wilde rijden. Onderdirecteur Monster, die met groeiende ergernis toekeek, sommeerde om de vrachtauto's door te laten. Niemand trok zich daar iets van aan.
Het gebrek aan personeel in de fabrieken werd nijpend. Het bleek toen een chef voor de poort verscheen en stakers smeekte te komen helpen. Hij verzekerde dat de plant beslist werd afgebouwd. De stakers vertrouwden het niet: het verzet van chefs tegen het stoppen van de productie had te lang geduurd. De directie had de problemen kunnen voorkomen als ze bereid was geweest om akkoord te gaan met ons voorstel om met het actiecomité de afbouw te regelen. De directie weigerde.
kunnen treffen. Dat deed ons besluiten om akkoord te gaan met het inzetten van de mensen uit de kantine, onder de voorwaarde dat het actiecomité controle bleef houden over de afbouw en in overleg met de directie zou bepalen wie er na de afbouw toegang tot het terrein had. Uiteindelijk ging de directie met die voorwaarden akkoord. Mensen die nodig waren voor de afbouw en het handhaven van de veiligheid op het bedrijf kregen van het actiecomité een toegangspasje op naam en met foto. Het pasje moest aan de posters worden getoond. Bij sommige wekte het irritatie. In een aantal fabrieken duurde het nog 24 uur voor de plant stil lag.
ICI zei toe om 'in het licht van de rest van de verbeteringen' serieus over een 5-ploegendienst te onderhandelen. Het leek positief, toch vreesden we dat de ledenvergadering het niet voldoende zou vinden om de staking op te schorten. We wilden de toezegging in een schriftelijke verklaring. Rots ging akkoord en op zaterdagmorgen zaten, vooraf aan de stakersvergadering, Rots voor ICI en ik voor de Industriebonden, de schriftelijke verklaring op te stellen. Het was voor de stakersvergadering voldoende om de staking tot 5 maart te 'onderbreken'. Het was een overwinning. Voordat de productie op maandag zou worden opgestart hielden op de zondag de stakers. voor het hoofdkantoor van ICI een korte 'afscheidsdemonstratie'. Na afloop reden we naar de poort bij Cyanamid, waar de staking nog voortduurde, om solidariteit me de stakers te tonen.e-mailadres: pscheele@chello.nl
Fusie
Oliecrisis
Brand bij Shell
Staking bij Shell
Cyanamid en gezondheid
5-ploegendienst
Aardgaswinsten
Johan Stekelenburg
Link